Eén van de leraren vraagt mij wat ik het liefst zou willen zijn? Ik vraag hem waarom hij dat wil weten, waarop hij zegt dat ik gewoon antwoord moet geven. Daarop vertel ik hem, dat het liefste wat ik zou willen zijn, is de jongen die zonder problemen aan zijn leraar kan vragen waarom hij dat wil weten. Het feit dat ik dat net wel zo kon vertellen, bevestigd alleen maar dat datgene wat iemand het liefst zou willen zijn, meestal alleen bereikt wordt in een droom...
... dan word ik wakker en staat er een meisje met rood, wild haar in mijn slaapkamer. Dat moet Eva zijn, schiet het door mijn hoofd en ik probeer om hallo te zeggen, maar buiten onverstaanbare klanken, komt er niets zinnigs uit mijn mond. Na een paar minuten draait ze zich om en loopt mijn kamer weer uit.
Pas aan het ontbijt zie ik haar weer. Haar wilde krullen lijken iets te zijn getempt, net als mijn spasmes trouwens, geen onfortuinlijke bijkomstigheid, al zeg ik het zelf. Ze spreekt geen woord en kijkt af en toe met een schuine blik mijn kant op. Ook al probeert ze zo onopvallend mogelijk te zijn, ik zie het wel. Gelukkig is Louise altijd zeer aanwezig en zorgt zij ervoor dat onze stilte niet opvalt, iets waar ik, maar ook Eva, dankbaar gebruik van maken. Misschien zij nog wel iets meer dan ik. Veel te snel is ze klaar met eten, bij mij duurt dat altijd veel langer. Ze kijkt nog een keer met een vlugge blik naar mij en ik probeer weer iets te zeggen. Wanneer ik haar rode haar door de deur zie verdwijnen, denk ik weer aan mijn droom. Mijn droom-ik heeft gelijk. Het liefste zou ik zonder problemen honderduit willen kunnen praten. Of eigenlijk zou ik al blij zijn wanneer ik gewoon, zonder hakkelen, zonder allerlei bijgeluiden en zonder allerlei spasmes, hallo willen zeggen. Misschien zou ze dan wel luisteren. Gewoon een simpel hallo. Maar zelfs dat is al een droom, in mijn wereld kan ik niet normaal praten en in mijn wereld luistert er niemand, niet echt tenminste.
Mijn naam is Jonah Kerns, welkom in mijn wereld.